Toelichting op onze uitgangspunten

Wij zijn er ons van bewust dat onder bijbelgetrouwe christenen allerlei verschillen in inzicht bestaan over diverse geloofszaken. De volgende overtuigingen en theologische standpunten geven het karakter en de kleur van de plaatselijke gemeente weer. Deze standpunten zijn van belang, vooral wat betreft het harmonieuze en praktisch functioneren van de gemeente. (Bijvoorbeeld het onderricht van jonge gelovigen, ordelijke en opbouwende samenkomsten, enz.)


1. De zekerheid van behoud en volharding der heiligen

Wedergeboren christenen mogen weten dat:

  • ze kinderen van God zijn.
  • God hen bewaart voor eeuwige afval.

Om Zijn kinderen te bewaren gebruikt God allerlei middelen, onder meer de ernstige waarschuwingen en vermaningen dat de gelovigen ernst moeten maken met hun trouw aan de Heer.


2. Gebed

In de Naam van de Here Jezus mag God als Vader worden aangeroepen. Zo ook de Zoon, Jezus Christus (Neh. 8:7; Matth. 2:2; Joh. 4:23, 24; Rom. 8:15; Rom. 15:6; Ef. 2:18; 1 Petr. 1:3; Hebr. 1:6; Openb. 4:8, 11). God de Heilige Geest komt ons hierbij te hulp. (Rom. 8:26).

Bidden tot de Heilige Geest, los van de Drieëenheid, kunnen we in de Bijbel niet vinden.


3. Broeders en zusters in de gemeente

Zowel broeders als zusters moeten in staat worden gesteld hun geestesgaven in te zetten tot stichting, opbouw en toerusting van de gemeente. Verantwoordelijkheden die aanleiding geven tot gezag over broeders worden door God enkel aan broeders toevertrouwd. Dit is vooral van toepassing, volgens 1Tim. 2:11-12, op de volgende twee terreinen:

  • de leiding van de gemeente, in het ambt van oudste.
  • gezaghebbend onderwijs in de gemeente.

We kiezen ervoor zusters niet te laten prediken tijdens de eredienst. Ze kunnen wel bidden, een getuigenis of profetie doorgeven en ook samen met haar man de zangleiding hebben tijdens de eredienst.


4. De doop in de Heilige Geest en de geestesgaven

De doop in de Heilige Geest vindt plaats bij de wedergeboorte, waardoor men de Heilige Geest ontvangt en wordt ingelijfd in het lichaam van Christus (1 Kor.12:13).

Er is geen aparte doop in de Heilige Geest als tweede ervaring, maar wel: “Wordt vervuld met de Heilge Geest “(Efz.5:18). De vervulling wil de Heer geven en wij moeten er naar staan.

Er is geen veroordeling voor wie in Christus Jezus is (Rom. 8:1), daarom geen doop in vuur, wat oordeel inhoudt (Math. 3:11,12) . Wel kan een gelovige gelouterd en beproefd worden (1 Petr. 4:12). De geestesgaven worden door God toebedeeld zoals Hij wil (1 Kor.12: 1,18). Hij voorziet iedere gelovige van één of meer gaven. Deze geestelijke gaven worden ontwikkeld en gebruikt tot opbouw van het lichaam van Christus.

Wat betreft:

1. Relatie gaven en het geestelijk leven
Geen enkele gave maakt de ontvanger ervan geestelijker dan andere gelovigen. De gave van spreken in tongen is nooit het enige of het noodzakelijke teken van de doop in- noch van de vervulling met de Heilige Geest.

2. Ziekte en genezing
Wij geloven dat God mensen op wonderbare wijze kan genezen, als ook door een natuurlijk proces of via medicijnen. Ondanks dat wij geloven in genezing op gebed of na zieken-zalving, houden wij geen aparte (genezings-)diensten waarin genezing centraal staat. Wij geloven dat de volledige verlossing van het lichaam van ziekte en dood wacht tot de voltooiing in de opstanding.

3. Profetie
Daar profetieën worden beschouwd als gezaghebbende woorden van God, moet de echtheid ervan getoetst kunnen worden, onder meer door de leiding van de gemeente, in het licht van het Woord van God. Profetie spreekt voor de mensen stichtend, vermanend en bemoedigend. (1 Kor. 14:3)

4. Tenslotte
De mogelijkheid tot uitoefening van de gaven van genezingen, werking van krachten, profetie, tongen en vertaling van tongen is aanwezig, maar volgens de richtlijnen van de Bijbel zoals we die vooral terugvinden in 1 Korinthe 14. In elk geval kunnen deze gaven niet als geestelijker of belangrijker dan de andere geacht worden.