Wij geloven...

1 In één God, de Schepper, Onderhouder en Voleinder van hemel en aarde. Hij is Geest, Eén in wezen, van eeuwigheid bestaande in drie personen: Vader, Zoon en Heilige Geest. Hij is eeuwig, onveranderlijk, alwetend, almachtig, alomtegenwoordig, oneindig in liefde, waarheid en trouw, volmaakt in wijsheid, rechtvaardigheid en heiligheid.


2 In Jezus Christus, onze Heer, de eniggeboren Zoon van God, Die, ontvangen van de Heilige Geest en geboren uit de maagd Maria, waarachtig God en waarachtig mens is. Wij geloven dat Hij, als enige Middelaar, om ons met God te verzoenen, als een zondeloos Offer, gekruisigd en gestorven is, dat Hij lichamelijk is opgestaan uit de dood en is opgevaren naar de hemel, waar Hij nu zit aan de rechterhand van God de Vader. Wij geloven dat Hij zal terugkeren op de wolken in heerlijkheid om Zijn gemeente tot Zich te nemen en in het huis van de Vader te brengen. Na een tijd van grote verdrukking zal Hij met Zijn Gemeente terugkomen op de aarde, op de Olijfberg, om Israël te verlossen en Zijn vrederijk op te richten en bij de voleinding van de wereld de ongelovigen te oordelen.


3 In de Heilige Geest, Die levend maakt door Zijn werk van wedergeboorte en heiliging, Die overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel. Bij de wedergeboorte wordt men gedoopt in de Heilige Geest en daardoor opgenomen in het lichaam van Christus, de gemeente. Hij wil iedere gelovige verzegelen, vervullen, in de waarheid leiden, kracht verlenen en vrucht doen dragen tot eer van God. We geloven in alle gaven van de Heilige Geest.


4 Dat de gehele Bijbel (de 66 boeken van het Oude - en Nieuwe Testament) het Woord van God is, geïnspireerd door de Heilige Geest en daarom een onfeilbare openbaring, de Bron van ons leven en het hoogste en enig gezag voor geloof en leven, die geen aanvullende openbaring behoeft.


5 Dat de mens, naar het beeld van God geschapen, door eigen schuld uit zijn zondeloze staat gevallen is, en dat daardoor in Adam allen gezondigd hebben en verloren zijn, niet in staat zichzelf te redden. Wij geloven dat de Bijbel een eeuwige straf leert voor hen die zich tijdens hun leven niet bekeren.


6 Dat de mens alleen door genade gered wordt, niet door verdiensten, maar door het geloof in Christus; niet uit werken, maar op grond van het plaatsvervangend sterven van Christus. Alleen het Bloed van Jezus Christus, Gods Zoon reinigt van alle zonden. Wie persoonlijk Jezus Christus aanneemt als zijn of haar Zaligmaker en erkent als zijn of haar Heer, met andere woorden; zich tot Hem bekeert, wordt wederom geboren; is behouden en heeft eeuwig leven.


7 Dat satan, een gevallen aartsengel is, die samen met de overige gevallen engelen (demonen) de tegenstander van God is. Hij is de veroorzaker van de zondeval van de mens en probeert nog altijd de mens met leugens tot zonde te verleiden. De bestemming van de satan en zijn demonen is de hel, de poel van vuur en de eeuwige straf.


8 Dat, na het duizendjarig rijk, alle doden lichamelijk zullen opstaan, de gelovigen om het eeuwige leven binnen te gaan, de ongelovigen om veroordeeld te worden tot de eeuwige straf. De volgorde zoals wij die zien in Gods Woord is:

  • Vele tekenen die van spoedige komst van de Here Jezus spreken.
  • De plotselinge opname van de gemeente.
  • De openbaring van de antichrist en de grote verdrukking.
  • Israël in het nauw gedreven en de roep om verlossing.
  • De wederkomst van Christus met Zijn gemeente.
  • De vestiging van het duizendjarig vrederijk op aarde vanuit Jeruzalem in Israël, het centrum van de wereld in de komende tijd.
  • Het laatste oordeel.
  • Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.


9 Dat Jezus Christus de geloofsdoop door onderdompeling en het avondmaal heeft ingesteld: de doop als getuigenis van de vereniging van de gelovige met Christus in Zijn dood en opstanding en het afleggen van eigen ik; het avondmaal ter gedachtenis, als teken van het nieuwe verbond voor de gemeente, als verkondiging van Jezus’ dood aan het kruis, Zijn opstanding en de verwachting van Zijn wederkomst.


10 Dat de gemeente van Jezus Christus gevormd wordt door hen die Hij uit de wereld riep, die Zijn naam gelovig belijden, die door Zijn bloed gereinigd en door Zijn Geest wederge-boren zijn. Allen die tot de Gemeente behoren zijn geroepen om van Hem te leren nederig en zachtmoedig te zijn en een heilig leven te leiden; vervuld te zijn met de Heilige Geest, zich te onthouden van alles wat God onteert en zich te wijden aan alles wat God verheerlijkt. De gemeente heeft de opdracht het evangelie wereld-wijd te verkondigen.